Julie TIELEMAN - 04/05/2010
Op 1, 2 en 3 maart 2010 toonde in Barcelona het publiek aan dat ze zich een onderbouwde mening kan vormen op basis van – zelfs erg diepgaande – al dan niet juridische analyses en getuigenissen op basis van het internationaal publiek recht. Tijdens deze eerste sessie van het Russell Tribunaal over Palestina werden op basis van zes vragen de nalatigheden van de Europese Unie en van haar lidstaten uiteengezet. Deze hebben juridische en morele verplichtingen in de relaties die ze onderhouden met Israël, de bezetter van Palestina. Hetgeen reeds jarenlang wordt aangeklaagd door verscheidene pro-Palestijnse organisaties uit Europa en elders in de wereld, werd op een grondige wijze gevalideerd door de jury van dit opinietribunaal dat in lijn met het werk van het Russel Tribunaal van Vietnam in 1967 de situatie in Palestina onderzocht. De jury vertegenwoordigt “de civiele samenleving“ van de wereld met bekende persoonlijkheden die bekend staan om hun morele waarden en hun strijd voor de mensenrechten: Michael Mansfield (Brits advocaat), Gisèle Halimi (Frankrijk, voorzitster van de onderzoekscommissie van het Russell Tribunaal aangaande de oorlogsmisdaden in Vietnam), José Antonio Martin Pallin (rechter aan het Spaanse Hooggerechtshof), Ronald Kasrils (leider in de anti-apartheidsbeweging en vroegere minister van Zuid-Afrika), Mairead Corrigan-Maguire (Noord-Ierland, laureate van de Nobelprijs van de Vrede 1976), Cynthia McKinney (USA, oud congreslid en presidentskandidate voor Green Party), Aminata Traoré (Mali, mensenrechtenactiviste, schrijfster en vroegere minister), Alberto San Juan (Spanje, acteur en mensenrechtenactivist), Arcadi Oliveres (Spanje, Professor economie aan de Universidad Autónoma van Barcelona en activist voor het sociaal recht en voor de vrede), Juan Guzman Tapia (Chili, gepensioneerd rechter. Hij was niet aanwezig in Barcelona maar hij zal bij de volgende zittingen van de rechtbank mee vergaderen). Stéphane Hessel tenslotte, erevoorzitter van het Tribunaal en lid van het organisatiecomité, heeft mee de Universele Verklaring voor de Mensenrechten opgesteld en was ambassadeur van Frankrijk. Hij wordt algemeen bewonderd omwille van zijn humanisme en zijn zin voor rechtvaardigheid. Deze jury onderzocht de nalatigheden van de Europese Unie aangaande haar verplichtingen om het internationaal recht te eerbiedigen op basis van de volgende zes punten: het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk; de blokkade van Gaza en de militaire operatie “Cast Lead”; het recht van het Palestijnse volk op soevereiniteit aangaande zijn natuurlijke rijkdommen; de annexatie van Jerusalem-Oost door Israël; de bouw van de Muur door Israël in de bezette Palestijnse gebieden; de overeenkomsten die werden ondertekend tussen de Europese Unie en Israël. Deskundigen en getuigen van verschillende nationaliteiten bespraken elke vraag. Ze wisselden daarbij ontroerende -vaak harde- getuigenissen en verklaringen af met erg nauwkeurige analyses op basis van het internationaal en het Europees recht. Uit de getuigenissen bleek hoezeer het Palestijnse volk lijdt onder het geweld en de ontberingen.
De conclusies van deze eerste zitting zijn duidelijk: de Europese Unie en haar lidstaten zijn op vergaande wijze medeplichtig aan de schendingen van het internationaal recht die door Israël worden gepleegd. Gisèle Halimi vatte het samen op de volgende wijze: “De internationale overeenkomsten werden opgesteld zodat het recht kan primeren op de wet van de sterkste. Het is enkel door deze regels zonder restricties na te leven dat vrede kan verzekerd worden. Maar in Gaza en in de rest van Palestina worden misdaden begaan door een totaal straffeloos Israël, voor het oog van de internationale gemeenschap die er op een misdadige wijze het zwijgen toe doet. Wij stellen vast dat de Europese Unie nalatig blijft ten opzichte van de regels van intern recht die de lidstaten verplichten om op te treden tegen overtredingen van het internationaal recht.“ Verscheidene Europese en internationale bepalingen verplichten de Europese Unie en haar lidstaten nochtans om tussen te komen bij schendingen van de mensenrechten en van andere internationaal-rechtelijke bepalingen.
“De Europese handelsovereenkomsten zijn gebaseerd op het respect voor de mensenrechten en de democratische principes. Ze verplichten de Europese Unie ertoe om toe te zien op het respect voor deze mensenrechten en fundamentele vrijheden. Door zich hiervan te onthouden, hebben de Europese Unie en de lidstaten niet enkel deze overeenkomst maar ook verscheidene bepalingen van het internationaal recht geschonden.“ De Verdragen van Genève bevatten regels aangaande het oorlogs- en bezettingsrecht. “Elke Staat is ten aanzien van zichzelf en ten aanzien van andere staten verplicht deze bepalingen te eerbiedigen in het licht van een hogere en universele reden van de beschaving“. Het feit dat de EU als zodanig geen ondertekenaar van de Verdragen van Genève is verhindert de toepasselijkheid van deze regels op de Unie niet. Op dezelfde manier moeten de Verenigde Naties de naleving van deze Overeenkomsten waarborgen, gaf het Internationale Gerechtshof reeds aan. De conclusies van de eerste sessie zijn de vrucht “van een noodzakelijk en grondig werk, dat het mogelijk maakt om te zeggen dat stilte van de EU en haar lidstaten een misdaad is en dat wij het niet langer verdragen! “, concludeert Gisèle Halimi. Op basis van deze conclusies zullen militanten van de hele wereld hun mobilisatie voortzetten teneinde Europa ertoe aan te zetten haar handelsovereenkomst met Israël op te schorten en de sancties die voorzien zijn in de wetten en reglementen toe te passen. Want de uitzonderlijke behandeling die Israël krijgt, stelt haar vrij van de verplichtingen tot eerbiediging van het internationaal recht - nochtans de enige grondslag van haar bestaan. Ze schaadt niet alleen het Palestijnse volk, ze ondermijnt dag na dag de Israëlische samenleving zelf en brengt, op wereldniveau, een van de zeldzame juridische dijken tegen het geweld in gevaar. Door een beleid met twee maten en gewichten, waarbij ze in Zimbabwe bestraft hetgeen zij in Israël stimuleert door de onderlinge banden nog meer aan te halen, door de Palestijnen te straffen voor het resultaat van democratische verkiezingen waarvan ze een ander resultaat gewenst had, draagt Europa een ernstige verantwoordelijkheid. Ondertussen heeft Herman Van Rompuy, president van de Europese Raad benadrukt dat hij het verdrag van Lissabon en meer bepaald artikel 21 (1) aangaande de mensenrechten en het internationaal recht wenst toe te passen. Kondigt deze uitspraak het einde aan van de straffeloosheid van de staten die de universele waarden schenden? Ondertekend door de leden van de groep van Belgen die aanwezig waren in Barcelona: Pierre Galand, lid van het nationaal comité van het Russell Tribunaal over Palestina en voorzitter van de « Association belgo-Palestinienne » (ABP), Juliette Boulet, federaal parlementslid ECOLO ; Marcel Conradt, geschiedkundige en Parlementair assistent ; Hélène Crokart, advocate, “Génération Palestine Belgique”; Jacques Debatty, CNCD-11.11.11 ; Veronique Dekeyser, Europees Parlementslid; Françis et Marjo de Walque , plateform Charleroi-Palestina ; Nadia Farkh, « Association belgo-palestinienne », Thérèse en Léon Liebmann, « Union des Progressistes Juifs de Belgique » UPJB ; Claire Mandouze ; Francis Martens, Psychanalyst ; Jacques Michiels, Secretaris Generaal van de algemene centrale secrétaire général van de ABVV ; Paulette Pierson-Mathy, ere professor van de « Université Libre de Bruxelles » ULB ; Laurence Taca, « Groupe Proche-Orient Santé »; Julie Tieleman, advocate, Progress Lawyers network ; Christian Vancoppenolle, Internationale afdeling ABVV ; Gabrielle Lefèvre. (1) “De handelingen van de Unie op de internationale scène zijn gebaseerd op haar principes van oprichting, ontwikkeling en uitbreiding. Ze hebben tot doel om in de rest van de wereld de democratie, de rechtstaat, de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de principes van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de principes van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht te bevorderen. Ze bevordert multilaterale oplossingen voor de gemeenschappelijke problemen, in het bijzonder binnen het kader van de Verenigde Naties.” Consulteer de uiteenzettingen en conclusies van het Russell Tribunaal over Palestina op: www.russelltribunalonpalestine.com
|