Jan BUELENS - 08/11/2006 Zopas heeft het Arbitragehof een belangrijk arrest gewezen voor het sociaal recht.
In het arrest nr. 167/2006 (te vinden op www.arbitrage.be) oordeelde het Arbitragehof dat de personeelsafgevaardigde, wanneer hij zijn mandaat neerlegt, de bescherming tegen ontslag behoudt.
Personeelsafgevaardigden en kandidaat-personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk kunnen in principe slechts worden ontslagen wegens een dringende reden die vooraf door het arbeidsgerecht werd aangenomen of om economische of technische redenen die vooraf door het bevoegd paritair orgaan werden erkend (artikel 2 §1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden van 19.03.1991).
Indien ze zonder enige procedure ontslagen worden of om een andere reden, kunnen ze de reïntegratie in de onderneming vragen en hebben ze recht op een vrij hoge vergoeding (2/3/4 jaar afhankelijk van de anciënniteit + tot aan de volgende sociale verkiezingen).
Toch is er in de Bedrijfsorganisatiewet (van 20.08.1948) voorzien dat het mandaat van een personeelsafgevaardigde in een aantal gevallen een einde neemt bv. bij verandering van personeelscategorie, verlies van het lidmaatschap van de vakorganisatie die hem/haar heeft voorgedragen en de neerlegging van het mandaat. De vraag was wat er in dat geval gebeurde met hun bescherming.
De uitspraak werd gewezen na een prejudiciële vraag van de Arbeidsrechtbank van Luik. De zaak die daar was voorgelegd ging over drie beschermde werknemers bij de nv Mono Car Styling (twee niet-verkozen kandidaten en één verkozen afgevaardigde). Deze drie personen hadden een document ondertekend waarbij ze afstand deden van de wettelijke bescherming. De drie beschermde werknemers stelden een vordering in bij de Arbeidsrechtbank van Luik stellende dat deze afstand ongeldig was want in strijd met de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, die van openbare orde is1. De twee niet verkozen-kandidaten krijgen gelijk van de Arbeidsrechtbank van Luik, voor de verkozen afgevaardigde wordt de prejudiciële vraag gesteld aan het Arbitragehof.
Het Arbitragehof oordeelt dan ook de verkozen afgevaardigde zijn bescherming niet kan verliezen doordat hij afstand heeft gedaan van zijn mandaat (daaraan toevoegend dat dit om zeer uiteenlopende redenen kan worden gemotiveerd). Zoniet zou hij discriminerend behandeld worden t.o.v. een niet-verkozen kandidaat omdat deze laatste zijn bescherming nooit kan verliezen.
De uitspraak is logisch omdat de bescherming niet verbonden is aan het mandaat, doch wel aan het feit dat men zich kandidaat gesteld heeft bij de sociale verkiezingen en dus zijn voornemen heeft geuit om het personeel te vertegenwoordigen. Eens kandidaat, altijd kandidaat.
Deze uitspraak ligt overigens in het verlengde van het arrest 19/2002, waarin het Arbitragehof oordeelde dat een personeelsafgevaardigde zijn bescherming behoudt, ook als hij geen lid meer is van de vakorganisatie die hem heeft voorgedragen.
Voor nadere informatie over dit arrest kan u mij bereiken via onderstaande coördinaten
Namens het departement sociaal recht van PROGRESS Lawyers Network, Jan Buelens
1 Openbare orde slaat o.a. op de regelen m.b.t. de grondslagen van de sociaal-economische ordening. Deze stelling werd voor het eerst geëxpliciteerd door het Hof van Cassatie in het arrest van 4.09.1995: “De bijzondere bescherming van de personeelsafgevaardigden en de kandidaatpersoneelsafgevaardigden heeft immers tot doel enerzijds de personeelsafgevaardigden toe te laten hun opdracht in de onderneming in volledige vrijheid uit te oefenen, en anderzijds te waarborgen dat de kandidaat- personeelsafgevaardigden in volle vrijheid hun kandidatuur kunnen stellen om deze opdracht uit te oefenen. Dat vermits die wettelijke bescherming in het algemeenbelang werd ingesteld, zij van openbare orde is” (Cass. 4 september 1995, Soc. Kron. 1995, 474). Deze rechtspraak werd nadien herhaaldelijk bevestigd, zodat er zeer zeker van constante rechtspraak kan gesproken worden (Cass. 1 december 1997, Soc. Kron. 1998, 292, noot; Cass. 15 mei 2000, Soc. Kron. 2000, 444, noot). Het is immers zo dat de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden wil voorkomen dat eventuele kandidaten zouden worden afgeschrikt of de werkgever zich zou ontdoen van een verkozen lid van de ondernemingsraad omwille van zijn standpunten in de raad en de bescherming en de goede werking van de instelling zelf. Het zijn uiteraard vooral de kenmerken van het openbare ordekarakter van desbetreffende wetgeving die ons in casu aanbelangen. Hét belangrijkste kenmerk is dat van rechten die van openbare orde zijn geen afstand kan worden gedaan, zelfs indien zij reeds verworven zijn. Dergelijke afstand is absoluut nietig (A. VAN REGENMORTEL, l.c., Antwerpen, Intersentia, 2001, 42 met uitgebreide verwijzingen). ___________________________________________ Advocaat en Onderzoeker sociaal recht (UA) PROGRESS Lawyers Network Broederminstraat 38 B - 2018 Antwerpen T +32 (0)3 320 85 30 F +32 (0)3 366 10 75 www.progresslaw.net |