Enrico DE SIMONE - 11/07/2007
Vroeger was het zo dat bij beslag een schuldeiser het volledige bedrag op een bankrekening van de schuldenaar kon aanslaan. Ook al werd op die rekening enkel het loon of de uitkering van de schuldenaar overgeschreven, waarvan maar een gedeelte in beslag kan worden genomen. Daarom lieten veel mensen met schulden hun loon of uitkering betalen met een cheque of zelfs in de hand. Vanaf 1 januari van dit jaar is ook de bank- of postrekening van de schuldenaar beschermd, tenminste wat betreft het loon en de uitkering die daar op terecht komt. Maar natuurlijk wel binnen de normale beslagbaarheidsgrenzen (zie Solidar /2006 - pas op: deze bedragen zijn sinds begin 2007 wel licht aangepast). Dus niet het volledige bedrag is beschermd. Een schuldenaar kan tegenover een schuldeiser die beslag legt op de rekening, met alle wettelijke middelen aantonen dat bepaalde bedragen afkomstig zijn van loon of uitkering en dus maar gedeeltelijk beslagbaar zijn. Maar om de controle gemakkelijker te maken moet de werkgever of de sociale zekerheidsinstelling voortaan een code toekennen aan een dergelijke betaling, een code die ook vermeld moet worden op het rekeninguittreksel van de schuldenaar. De code bij de betaling van loon begint altijd met A, bij de betaling van een uitkering altijd met C. De overgeschreven of gestorte sommen zijn maar voor maximaal dertig dagen beschermd (of langer als de betaling betrekking heeft op een periode langer dan een maand). Een werkgever of instelling die nalaat een code toe te kennen kan boetes oplopen. Hetzelfde geldt als frauduleus codes worden toegekend, met name als een code wordt toegekend aan een betaling die geen loon of uitkering uitmaakt. |